De Vlaamse Leeuw

Beluister de Vlaamse Leeuw (klik hier)

Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw,
Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan:
De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en God;
En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot.
Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop,
Dan richt hij zich bedreigend en vrees'lijk voor hen op.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Wee hem, de onbezonnen', die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat.
Geen enkle handbeweging die hij uit 't oog verliest:
En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe;
Met vuur in't oog, met woede springt hij den vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst hij op's vijands trillend lijk.

Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.

Op officiele gelegenheden worden enkel de eerste 2 strofen gezongen.
 

Meer over de vlaamse leeuw:

 
De tekst van De Vlaamse Leeuw, strijdlied en later algemeen erkend als nationaal lied van de Vlamingen, werd gedicht door de toneelschrijver Hippoliet Van Peene (1811 - 1864), en getoonzet door de componist Karel Miry (1823 - 1899). Beiden waren actief in de Gentse amateurtoneelmaatschappij Broedermin en Taelyver.

De tekst en het lied ontstonden in juli 1847, blijkbaar naar aanleiding van een discussie onder de leden van Broedermin en Taelyver over volks - en nationale liederen. Ook Hippoliet Van Peene was daarbij aanwezig en het was voor hem de aanleiding om De Vlaamse Leeuw te dichten. Daarbij heeft hij zich duidelijk laten inspireren door het ook in Vlaanderen populaire strijdgedicht van de Duitser Nikolaus Beckers "Der deutschen Rhein (Sie sollen ihn nicht haben...)". Muzikaal is er beïnvloeding van de melodie van Robert Schumans "Sonntags am Rhein".

De historische context heeft ook een rol gespeeld, met name de politieke omwenteling van februari 1848 in Frankrijk, die de Tweede Republiek in het leven riep, en de vrees in België deed aanwakkeren voor een mogelijke annexatie. Dat schiep een klimaat waarin de bevolking psychologisch behoefte had aan een strijdlied. Rond 1900 was De Vlaamse Leeuw reeds algemeen als nationaal lied van de Vlamingen ingeburgerd.

Bij het decreet van 6 juli 1973 van de voormalige Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap werden de eerste twee strofen van De Vlaamse Leeuw uitgeroepen tot eigen volkslied.

De tekst en de notatie van de muziek werden officieel vastgesteld zoals aangegeven op de bijlage bij het ministerieel besluit van 11 juli 1985 (BS 11 juli 1985), nu als volkslied van de Vlaamse Gemeenschap.